Makers, kunstenaars, vrienden
Tekst Eline Cordie · 19 november 2024
Aldo Van den Broek
Chaos omarmen

Autodidactisch schilder en beeldhouwer Aldo van den Broek ziet chaos als methode en houding tegelijk. Hij werkt vooral met karton, hout en metaal, in lagen verf, en laat materiaal, kleur en toeval mee bepalen waar het werk naartoe gaat. Voor hem is chaos geen rommel, maar een kracht die het proces levend houdt en het werk in beweging zet.
Chaos als methode
"Ik heb nooit op een kunstacademie gezeten. Ik ben autodidact, en misschien is mijn manier van werken juist daarom ongewoon: ik heb de regels nooit eerst geleerd. Onafhankelijkheid is belangrijk voor me; daardoor kan ik vernietigen, opnieuw opbouwen en het werk open houden."
"Chaos staat centraal in mijn proces. Voor mij is het geen wanorde maar een methode, een manier om materiaal, kleur en toeval het werk te laten vormen. Als ik schilder, loopt er iets uit, scheurt er iets, wordt het weer opgelapt. Het gaat altijd anders dan verwacht."
"Op het eerste gezicht kan mijn werk donker lijken, maar dat is het niet. Ik gebruik veel wit. Het licht komt uit wat onbeschilderd blijft, uit de ruwe randen, uit het onbehandelde oppervlak. Eén onderbreking van kleur kan de hele balans verschuiven."
Materialen met een verleden
"Ik word aangetrokken door oppervlakken met geschiedenis. Jarenlang werkte ik op karton: fragiel, opvouwbaar, makkelijk mee te nemen. Ooit reisde ik met een werk van twintig meter, opgevouwen in mijn handbagage, plooien en al, en verwerkte ik die vouwen later in de compositie. Tegenwoordig wissel ik vaak af tussen karton, hout en metaal. Ik gebruik sigarettenpakjes als een soort schetsboek of dagboek — kwetsbaar, broekzakformaat, altijd bij me. Daarop ontstaan tussendoor notities en tekeningen; soms blijven ze zelfstandige werken, soms duiken ze gehavend en gevouwen weer op in grotere werken."
"Berlijn heeft me diep gevormd. De stad zit vol littekens, lagen, voortdurende opbouw en afbraak. Later zag ik in Tbilisi gevels die waren opgelapt met verschillende bakstenen, balkons die bewoners zelf hadden toegevoegd. Die rauwheid — de arbeid en geschiedenis die je aan het oppervlak ziet — gaf me de vrijheid om op dezelfde manier te werken: bouwen, breken, opnieuw beginnen. Toen besefte ik dat chaos ook een fundament kan zijn."
Ruimte laten voor het toeval
"Ongelukken houden het werk levend. Mijn zoon spat soms verf over een bijna voltooid doek. De hond van een verzamelaar heeft ooit jarenlang aan de onderhoek van een werk gekauwd. Als ik buiten werk, laten regen, zon en wind hun eigen sporen achter. Dat zijn voor mij geen fouten. Ze worden onderdeel van het verhaal van het werk. Vakmanschap betekent voor mij ook weten wanneer je het toeval moet volgen, in plaats van het uit te wissen."
